Zou Friesland autonoom moeten worden?
30 March 2011 door Jacob
Bepaalde gevoelens maken zich vaak meester van de Fries, wanneer gepraat wordt over de prachtige geschiedenis van de Friezen en hun vanouds vrije gebieden.
Friese vrijheid is een aparte woordspeling binnen het Nederlands. Met de Friese Vrijheid wordt bedoeld: het ontbreken van feodale instituten in het gebied dat oorspronkelijk werd bewoond door de Friezen, met name de huidige provincies Groningen en Friesland en de streek West-Friesland in Nederland en Oost-Friesland in Duitsland. Positief gezegd: de Friezen werden niet bestuurd door een graaf of hertog, maar bestuurden zich zelf.
Er kan worden vastgesteld dat het Friese gebied inclusief de Ommelanden van de tiende eeuw tot het begin van de zestiende eeuw een geheel eigen ontwikkeling doormaakte, waarbij de feodale structuur zoals die door Karel de Grote was ontworpen vrijwel geheel ontbrak.
Er zijn in de oude Friese landen wel graven geweest, maar deze konden zich niet tot landsheer ontwikkelen omdat de tweede pijler van het feodalisme, de horigheid, er totaal onbekend was. Anders dan in grote delen van Europa was in Friesland steeds een geldeconomie blijven bestaan. De Friese boeren beoefenden voornamelijk de veeteelt en combineerden dat al eeuwenlang met handel. Verplichtingen die in andere gewesten werden voldaan middels de verplichte leveringen in natura, een van de kenmerken van de horigheid, konden door de Friezen met geld worden afgekocht.
Het ontbreken van een landheerlijk gezag betekende dat er geen centraal bestuur bestond. Feitelijk bestond Friesland uit een grote hoeveelheid autonome boerenrepublieken. De diverse landjes, veelal aangeduid als landschap zoals het Ostfriesische Landschaft of terra werden bestuurd door de bewoners zelf.
De tijd van de Friese vrijheid is ongetwijfeld de meest opvallende periode uit de Friese geschiedenis. De politieke structuur in Friesland week toen namelijk af van het gangbare patroon. Omdat het verschil zo opvallend was, ontstond het idee dat de Friezen meer vrijheidslievend waren dan anderen. Zo prezen vele jaren later de beroemde Duitse dichters Goethe en Heine nog altijd de vrijheidszin van de Friezen. Aan de Friese kant werd het vrijheidsideaal tot uitdrukking gebracht in de ook nu nog bekende leus “Frysk en frij”. Gezegden als: “Wij Friezen knielen alleen voor God” en “Liever dood dan slaaf” zijn pas later bedacht.
De leus “Liever dood dan slaaf”, in het Fries “Leaver dea as slaef”, is geplaatst op een grote steen vlakbij Warns, waar de Friezen een grote overwinning behaalden op de Hollandse legers.

De Slag bij Warns was een veldslag tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen op 26 september 1345. Deze slag werd door de Friezen gewonnen. Voor Friezen is de jaarlijkse herdenking van de slag belangrijk. Velen spreken van de Slag bij Stavoren, wat correcter is, aangezien Warns niet genoemd wordt in de historische bronnen.
De Hollanders, onder wie ook Willems oom, hertog Jan van Beaumont, voeren vanuit Enkhuizen met een vloot de Zuiderzee over en landden bij Stavoren en Laaxum. Ze wilden het Sint-Odulphusklooster bij Stavoren gebruiken als vesting. De Hollandse ridders droegen een harnas, maar hadden geen paarden, omdat daarvoor geen ruimte was aan boord van de schepen, die waren volgeladen met werkvolk, bouwmateriaal, en voorraden. De troepen van graaf Willem staken het verlaten Laaxum en Warns in brand en trokken op naar Stavoren. Bij Warns werden ze aangevallen door de plaatselijke bevolking. Door hun zware harnassen waren ze geen partij voor de woedende boeren en vissers. De vluchtweg die de ridders kozen, leidde naar het Rode Klif. In het moerassige landschap bij het klif werden de Hollanders verslagen. Ook graaf Willem kwam tijdens de slag om het leven. Toen de troepen van de hertog van Beaumont in Stavoren hoorden wat er was gebeurd, vluchtten ze naar de schepen, achtervolgd door de Friezen. Slechts een kleine groep overlevenden kwam in Amsterdam aan.
De overwinning bij Warns werd tot 1500 jaarlijks op 26 september herdacht. Daarna raakte dit ritueel in onbruik, maar de slag wordt tegenwoordig elk jaar herdacht op de laatste zaterdag van september. Op het Rode Klif bij Warns bevindt zich sinds 1951 een monument. De weg naar Scharl wordt door de plaatselijke bevolking nog altijd de ferkearde wei genoemd (de verkeerde weg), omdat dit de weg was die de Hollandse ridders kozen, wat tot hun ondergang leidde.
En dan is er ook nog de beroemde Friese volksheld Pier Gerlofs Donia, oftewel “Grutte Pier”‘. Pier Gerlofs Donia werd rond 1480 geboren, zijn exacte geboortedatum is onbekend. Zijn vader was een telg uit een boerengeslacht en zijn moeder was van landadel. In 1498 werd Albrecht III van Saksen gouverneur van Friesland en een paar jaar later probeerden de graven van Holland rechten op Friesland te laten gelden. Ze vielen Friesland diverse malen aan, wat onder andere in de bezetting van Stavoren resulteerde.
Pier was aanvankelijk boer te Kimswerd. Hij was getrouwd en had een zoon Gerlof en een dochter Wobbel. In 1515 werd de boerderij van Donia door een groep Saksische huurlingen geplunderd en in brand gestoken. Tevens werd de vrouw van Pier hierbij gedood, evenals vele dorpsgenoten en andere familieleden. Na de dood van Piers vrouw kreeg zijn moeder de voogdij over zijn kinderen. Pier was zijn gehele bezit verloren en begon te roepen om een strijd tegen de bezetters. Hij richtte te Arum een leger op genaamd de Arumer Zwarte Hoop (een verwijzing naar de naam ‘De Zwarte Hoop’, een berucht huurleger uit deze periode). Deze troepenmacht bestond voornamelijk uit arme boeren, verarmde edelen, struikrovers en bandieten. Later zouden vele Gelderse huurlingen zich bij hen voegen met als gevolg dat ze tevens de bijnaam “Gelderse Friezen” kregen toebedeeld van hun vijanden, hetgeen zij als een geuzennaam gingen gebruiken. Hun opdrachtgever was de Hertog van Gelre.
Onder de leiding van Grote Pier opereerde de Arumer Zwarte Hoop tevens als een kapervloot op de Zuiderzee waar zij Hollandse schepen en steden plunderden.
In de grootste zeeslag uit zijn loopbaan wist Pier 28 Hollandse schepen te veroveren. De 500 bemanningsleden die levend in handen van de Friezen vielen werden zonder pardon overboord geworpen. De Hollanders gaven Pier de bijnaam “Kruis der Hollanders”, een naam die hijzelf maar al te graag gebruikte. Pier was een veel besproken figuur en zelfs Erasmus heeft over hem geschreven, zij het in negatieve bewoordingen.
De 19e-eeuwse historicus Conrad Busken Huet schreef het volgende over Grutte Pier:
“Hij was een boom van een kerel, donker van gelaat, breedgeschouderd, met een lange zwarte baard, van nature een ruw humorist, door de omstandigheden in een grote wreedaard herschapen. Uit persoonlijke wraak over bloedig onrecht, wat hem is aangedaan (in 1514) met het doden van bloedverwanten en de vernietiging van zijn eigendom, werd hij een vrijheidsstrijder”.
Deze beschrijving stamt uit de geschriften van de mysterieuze biograaf van Donia, Petrus Thaborita. Het opvallende uiterlijk van Pier trok vaak de aandacht van zijn tijdgenoten. Zijn donkere gelaat en woeste uitstraling in combinatie met zijn “angstaanjagende donkere ogen, als kolen zo groot”, joeg hen grote schrik aan, zowel op het slagveld als daarbuiten. Met name wanneer Pier boos was was hij naar verluidt erg angstaanjagend.
Grutte Pier heeft tijdens de strijd een sjibbolet bedacht die alleen Friezen konden weten of zeggen, zodat hij wist wie hij moest “doden” in de strijd. Het zinnetje ging als volgt: “Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries”.
Een actie van lokale jongeren in Friesland laat zien dat men nog steeds verlangt naar de oude vrijheid:
Na dit filmpje volgende een snelle maar succesvolle actie tijdens een regio bijeenkomst van D66:
Op zich erg ludieke acties, maar wel met succes. Na de actie bleek D66 ineens een stuk meer geinteresseerd in de wensen van de jongen Friezen.
Een recente andere positieve ontwikkeling voor de Friezen: Minister Donner van Binnenlandse Zaken heeft op 12 februari 2011 bij Omrop Fryslân aangekondigd dat er een nieuwe Friese taalwet komt. Deze wet garandeert dat hiedereen het recht heeft om in de provincie Friesland zelf te kiezen voor de Nederlandse of de Friese taal in het contact met de overheid of in de rechtszaal. Een onderdeel van de wet is de introductie van een Raad voor de Friese taal. Deze raad kan bijdragen aan het stimuleren en waarborgen van het gebruik van de Friese taal.
Een stapje dichter bij de Friese vrijheid? Misschien. Maar de autonomie is nog ver weg, en er zouden nog veel muren omgegooid moeten worden.
Rubriek: Actie!, Europa, Nederland | 58 Reacties »














